Geliquideerde Sin Quin was ‘niet bang voor de dood, zeker niet voor lood’

Geliquideerde Sin Quin was ‘niet bang voor de dood, zeker niet voor lood’

In het vrijdag verschenen boek ‘Straight Outta Crime’ – over de opkomst en populariteit van gangsterrap in Nederland – staat een hoofdstuk over de in 2012 in Amsterdam-Zuidoost geliquideerde Quincy Soetosenojo (30), alias rapper Sin Quin. Soetosenojo was aspirant-lid van de inmiddels verboden motorclub Satudarah en tevens oprichter van de Amsterdamse afdeling van de Crips. Crimesite presenteert enkele passages uit het boek.

Etous Belserang

In september 2011 is er op het Amsterdamse Waterlooplein een geruchtmakende ontmoeting tussen de Hells Angels en Satudarah, die dan volgens sommige media op voet van oorlog met elkaar staan. De ontmoeting verloopt echter gebroederlijk. Quincy is ook aanwezig op de bewuste middag. Daar praat hij kalm in een zwart motorclubhesje met de geelzwarte letters ‘Maluku’ erop en in zwarte baggy jeans met enkele prominente Satudarah-leden, waaronder de vorige week overleden Etous Belserang.

Grimmige raps

Gaandeweg bouwt Sin Quin een fors strafblad op. Ook neemt hij als echte gangsterrapper verschillende tracks op met Aso Bro’s (Amsterdamse Straat Organisatie, een vriendengroep uit Gein) en als duo Solid Soldiers, met zijn in 2013 overleden neef Iron Mike. Niet dat er veel wordt uitgebracht, maar de nummers die online verschijnen staan bol van de verwijzingen naar het gangsterleven. Over vaak kalme Westcoast-hiphopbeats klinken grimmige raps over geweld, vuurwapens, bricks, iemand in een kofferbak dumpen en de auto vervolgens in de fik steken.

In Als Je Mij Ziet neemt Sin Quin op ijzingwekkende wijze een voorschot op zijn eigen gewelddadige dood door te rappen:

“Zet je een hit op mij, schiet me dan van dichtbij
Je weet hoe die shit gaat
Ze komen je toch wel halen, twee voor de prijs van één
Ben niet bang voor de dood, zeker niet voor lood”

In opdracht van Keylow, de leider en oprichter van de Nederlandse Crips, richt Sin Quin de Amsterdamse 241 Gangster Crips uit Gein op. In die tijd is Quincy zowel lid van de Amsterdamse als van de Haagse Rollin 200 Crips. Elf jaar jonger dan baas Keylow behoort Quincy tot de tweede generatie Crips. Keylow over Sin Quin in het proefschrift In de h200d: ‘Ik begon dus met hem te praten en ik mocht hem wel. Hij was ook net vrij van een overval. Eerst wist hij niet wie of wat we waren, maar daar kwam hij snel achter. Hij kwam met tories en ideeën. Eentje daarvan was meiden die wilden koerieren.’ (tekst loopt door na de advertenties).

‘Silence’

Onder de leden van de Haagse Crips geniet de stille Sin Quin veel aanzien door zijn nietsontziende manier van opereren op straat. Op Quin’s rug staan naast zijn bijnaam ‘Silence’ ook de cijfers ‘200’ en ‘241’ getatoeëerd; verwijzingen naar buurten in respectievelijk Den Haag en Amsterdam (Gein 2 en Gein 4). Daarnaast heeft hij onder meer ‘gangster’, ‘187’ (moord) en een doodskistlogo op zijn lichaam getatoeëerd. Hij draagt altijd een vuurwapen en een kogelvrij vest. Dat vest zou vlak voor zijn dood door de politie zijn afgepakt.

Lees ook: Gwenette was vriend van The Wizzard en C-Murder