Haagse “Knabbel en Babbel-groep”: tot negen jaar cel voor cokesmokkel naar Engeland (UPDATE2)

Haagse “Knabbel en Babbel-groep”: tot negen jaar cel voor cokesmokkel naar Engeland (UPDATE2)

In de rechtszaak over grootschalige smokkel van cocaïne naar Engeland, en deelname aan een criminele organisatie, zijn drie hoofdverdachten van een groep Hagenaars uit de wijk Duindorp veroordeeld tot negen en twee keer acht jaar cel. Volgens de rechtbank lieten ze door DHL drie pallets met tonercassettes en cocaïne vervoeren, in totaal bijna 900 kilo cocaïne. Justitie had betoogd dat de werkelijke hoeveelheid die de groep smokkelde in zeven jaar tijd wel boven de 15 ton kan hebben gelegen. De rechtbank verbindt geen consequenties aan het feit dat in het bewijs geheimhoudersinformatie is gebruikt.

(beeld uit archief)

Knabbel en Babbel

Zes andere verdachten kregen straffen van 2 jaar cel tot 80 maanden. In het algemeen waren de straffen wat lager dan geëist, tegen twee hoofdverdachten was twaalf en tien jaar cel geëist. Een tiende (hoofd)verdachte verblijft hoogstwaarschijnlijk in Dubai, hij stond niet terecht en zal later worden berecht.

De zaak kwam aan het rollen toen in mei 2020 in Engeland 211 kilo cocaïne werd gevonden. Cruciaal in het bewijs waren door de politie onderschepte en leesbaar gemaakt berichten van EncroChat en Sky ECC. De politie stelde vast dat de deelnemers aan die chats aliassen als ‘zureharing’, ‘strandjutter’, ‘Scheveninger’, ‘Bert en Ernie’ en ‘Knabbel en Babbel’ gebruikten.

Rechtmatig

De rechtbank ging niet mee in pleidooien van advocaten dat het gebruik van deze berichten voor het bewijs onmogelijk was omdat de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van dit bewijs onmogelijk was te toetsen.

De rechtbank vindt de berichten cruciaal omdat eruit blijkt dat de verdachten onderling over cocaïne spraken en ook foto’s verstuurden van geld en blokken cocaïne.

Bemiddelende rol

Opvallend is dat één van de negen verdachten een relatief lage straf heeft gekregen: 42 maanden cel, na een eis van tien jaar. Het is de voormalige eigenaar van een strandtent in Scheveningen. Zijn advocaat Michel van Stratum had betoogd dat hij niet in verband te brengen was met de drie concrete transporten naar Engeland. De rechtbank concludeerde dat hij daarmee inderdaad niet te maken had gehad. Maar de man werd wel veroordeeld voor deelname aan de criminele organisatie en voor plegen van voorbereidingshandelingen voor drugssmokkel. De rechtbank oordeelt dat de man een bemiddelende rol heeft gehad.

Niet vernietigd

In het dossier over de zaak bleek in de verzonden berichten ook een bericht van een advocaat te zijn gevoegd. Advocaat Cem Polat had betoogd dat hiermee de zaak van tafel zou moeten omdat het een onherstelbaar vormverzuim zou betreffen. Als de politie geheimhoudersinformatie tegenkomt in een onderzoek, moet dat worden gemeld aan een officier van justitie en moet die informatie direct worden vernietigd. En dat was in dit geval niet gebeurd.

Integendeel: de informatie werd zelfs gebruikt om de naam van een verdachte te koppelen aan een alias die Encro-berichten verstuurde. Het bericht van de advocaat was dus cruciaal voor het bewijs.

Geen rechtsgevolgen

De rechtbank is het met de advocaat eens dat er sprake was van het misbruiken van geheimhoudersinformatie en dus van een onherstelbaar vormverzuim.

Maar de rechtbank vindt het vormverzuim niet zo ernstig dat het gevolgen moet hebben. Het was geen informatie die inhoudelijk over de strafzaak ging, het was maar één bericht en de rechtbank gaat er bovendien van uit dat de identificatie van de verdachte ook op een andere manier zou kunnen hebben plaatsgevonden. Daarom verbindt de rechtbank geen rechtsgevolgen aan het onherstelbaar vormverzuim, zoals strafkorting of niet ontvankelijkheid.

Advocaat Cem Polat zegt de kwestie in hoger beroep opnieuw aan de orde te gaan stellen.