Journalisten ingezet tegen ondermijning (COLUMN)

Journalisten ingezet tegen ondermijning (COLUMN)

Politie ziet strafbaar feit. Officier van justitie brengt verdachte voor de rechter. Dat was vroeger. Enkel verdachten voor de rechter proberen te brengen voldoet niet. De overheid is het strafrecht te hulp gekomen: naming & shaming en trial by media zijn ook toegestaan. 

Door Wim van de Pol

Aanpak van georganiseerde criminaliteit verloopt vandaag de dag via een mengeling van strafrecht en ander recht. Vergunningen worden aan “verdachte” personen geweigerd. Informatie wordt tussen ambtenaren van instanties (informeel) uitgewisseld. En georganiseerde criminaliteit heet anders. Het woord is nu “ondermijning”. In het juichende rapport ‘Sluipend gif’ (Politieacademie, 2018) staat te lezen dat ondermijning nu wordt aangepakt met nieuwe instrumenten. Zoals: ‘communicatie als interventiemiddel’.

De Volkskrant werd deel van de strategie. Volgens het rapport verscheen in die krant een baanbrekende en prima serie publicaties van (oud) Volkskrant-redacteur Jan Tromp over de “ondermijning”.

Naming & shaming

Media zijn volgens Sluipend gif essentieel in de strategie om Nederlanders bewust te maken van het probleem “ondermijning”. En ook om criminelen publiekelijk te ontmaskeren. Werkt het strafrecht niet? Dan volgt ‘naming & shaming’, dat is ook een soort recht.

Een voorbeeld uit Sluipend gif. ‘Twee bekende criminelen in een grote Nederlandse stad’ kreeg men niet te pakken met het strafrecht: ‘door middel van crimineel verkregen geld’ gingen de twee zich steeds sterker ‘manifesteren’ in de bovenwereld.

‘Door druk van de burgemeester’ werd ‘communicatie’ een ‘expliciet onderdeel’ van de contra-strategie tegen deze burgers. Criminaliserende informatie over hen werd naar buiten gebracht:

‘Hiervoor werd onder andere nauw contact onderhouden met een journalist.’

Journalist

Niet nader genoemde journalist werd ingezet en het werkte: de ‘sociale machtspositie begon weg te vallen’. Mensen wilden ‘niet meer met hen geassocieerd worden’. Voor het duo geen ‘societyfeestjes’ meer. Mooi succes, aldus het rapport.

Tegen patsergedrag is geen strafrecht mogelijk. Dus besloot een ambitieuze burgemeester dat hij verdachte personen moest onderwerpen aan trial by media. De journalist vond dat ook en ging tijdelijk voor de burgemeester werken onder dekmantel. Hij/zij deed zich voor als journalist. Maar was het niet. (tekst gaat verder na reclame)

Advocatuur: door en door rot

In het recent verschenen boek De Drugsmaffia dicteert zegt de Amsterdamse recherchechef Olivier Dutilh over ‘de advocatuur’ het volgende:

‘De beroepsgroep heeft geen zelfreinigend vermogen. De lokale Orde van Advocaten grijpt niet in. Die wereld is door en door rot.’

Dutilh doet “shamen” met krachtige taal (‘communicatie als interventiemiddel’). Het boek suggereert verder dat de advocatenkantoren van Weski en van Ficq Advocaten in de tang van de onderwereld zitten, of misschien zelfs handelen als een consigliere.

Informatie doorspelen

Officieren van justitie gaven deze zomer advocaten van Ficq Advocaten – voor een maximaal gevulde mediatribune – een veeg uit de pan. Ze zouden clandestien informatie hebben doorgespeeld aan Ridouan Taghi. Daags deed De Telegraaf dezelfde beschuldiging, dezelfde strekking, op basis van hetzelfde proces-verbaal, dat de krant had ingezien.

In hoeverre deze suggesties nog feit worden moeten we afwachten.

Wel weten we dat hierbij door het OM ‘communicatie als interventiemiddel’ is gehanteerd. Uit Sluipend gif leren we immers dat in de ‘meervoudige aanpak’ van de ondermijning van de samenleving alle geledingen van de overheid eendrachtig samen opereren. Politie en Openbaar Ministerie incluis.

Ambtenaren van politie noch van Openbaar Ministerie mogen clandestien informatie doorspelen. Dat is schending van de geheimhoudingsplicht. De officieren van justitie ontkenden trouwens het gewraakte proces-verbaal over de advocaten naar De Telegraaf te hebben gelekt. Over politie-ambtenaren deden de officieren geen uitspraak.

Tja, wie weet: zouden ambtenaren in de brede maatschappelijke strijd tegen de ondermijning niet ook de plausible deniabilty als legitiem ‘interventiemiddel’ in de communicatie zien? De drugsmaffia ‘dicteert’ tenslotte al.

‘Straf’

De opstellers van Sluipend gif erkenden dat naming & shaming ‘niet geheel onomstreden’ is. Een ‘belangrijk nadeel’ is volgens hen de onvoorspelbaarheid hoe het publiek zal reageren op informatie die wordt gelekt of gedeeld:

‘Hiermee wordt de straf bepaald door het publiek: wanneer het weinig aandacht krijgt, is de straf ‘laag’; wanneer het veel aandacht krijgt, is de straf ‘hoog’. Daarnaast zal de informatie die in de media is gebracht altijd online terug te vinden zijn. Waar een dader na het uitzitten van een gevangenisstraf daadwerkelijk zijn straf heeft ingelost, is dit moment bij naming & shaming nooit bereikt omdat de informatie altijd online beschikbaar blijft. In zekere zin wordt men levenslang gestraft.’

Opmerkelijk, geven ambtenaren ‘straf’?

Sluipend gif?

Conclusie: niet alleen de rechter bepaalt tegenwoordig of u “ondermijnend” bezig bent. Ook een burgemeester of (anonieme) ambtenaren kunnen dat doen. Alsdan kunt u – met inzet van embedded journalisten – in de media worden veroordeeld. Eigenlijk is dat verwant aan Der Prozess: geen transparantie, geen hoger beroep. De logica van de bureaucratie hoeft de burger niet te kennen.

Is een dergelijke attitude van ambtenaren niet ook een beetje sluipend gif, dat de democratische rechtstaat ondermijnt?

Zie ook:

Wie legt de grens voor de opsporing in een rechtsstaat? (COLUMN)