OM moet meer inzicht geven over observatie advocaten in Dubai

OM moet meer inzicht geven over observatie advocaten in Dubai

Het Openbaar Ministerie moet van de Amsterdamse rechtbank (in de strafzaak Marengo) meer inzicht geven in de observatie van de advocaten Leon van Kleef en Nico Meijering tijdens een bezoek aan Dubai.  Maar op dit moment ziet de rechtbank geen aanleiding om ook getuigen over de operatie te horen, zoals de advocaten hadden gevraagd.

Beschadigingsactie

De advocaten wilden onder meer betrokken politiemensen over de operatie horen. Ook wilden ze getuigen horen over de verstrekking van een proces-verbaal met pgp-chats waaruit volgens de politie bleek dat bepaalde advocaten uit het 26Koper-onderzoek naar de groep van Ridouan Taghi informatie hadden verstrekt. Ook het horen van die getuigen wijst de rechtbank.

Volgens de advocaten was de observatie in Dubai en de verstrekking van het 26Koper-proces-verbaal onderdeel van een bewuste, gecoördineerde beschadigingsactie van het OM, gericht op de integriteit van de verdediging. De rechtbank vindt dat zij die conclusie nu niet kan trekken. Wel dient het OM dus meer inzicht te geven in de operatie in Dubai. Meijering en Van Kleef hadden geen ontmoeting met Ridouan Taghi, zoals het OM vermoedde, maar met een client.

Zoektocht

Eind augustus werd door een artikel in het Algemeen Dagblad duidelijk dat twee advocaten in juni 2019 in opdracht van het OM zijn geobserveerd tijdens een bezoek aan Dubai. Dat gebeurde als onderdeel van de zoektocht naar Ridouan Taghi, die verdachte is in het Marengo-proces. Tijdens de afgelopen pro-forma vroegen de raadslieden de rechtbank een onderzoek in te stellen naar deze observatie. In haar beslissing schrijft de rechtbank dat berichten of uitlatingen in de pers of op zitting  onvoldoende zijn om nader onderzoek te (laten) doen naar de vraag of het OM in de zoektocht naar Ridouan T. grenzen heeft overschreden. Op dit moment moet het dossier wel zodanig worden aangevuld dat helder wordt wat er precies is gebeurd. Het OM dient daarom processen-verbaal aan het dossier toe te voegen waaruit duidelijk wordt hoe de inzet heeft plaatsgevonden, op basis van welke informatie en wat er daadwerkelijk is gebeurd in Nederland en Dubai.

Proces-verbaal 26Koper

De raadslieden hadden ook verzocht om getuigen te horen over het proces-verbaal (pv) van het politieonderzoek 26Koper, dat kort voor de pro-forma aan het Marengo-dossier werd toegevoegd. Dat pv bevat gedeelten uit de kluisverklaringen van de kroongetuige, afgezet tegen ontsleutelde PGP-gesprekken die door het OM worden toegeschreven aan een aantal Marengo-verdachten en aan hen gelieerde personen. Uit die gesprekken zou blijken dat een aantal bij naam genoemde advocaten in het Marengo-proces, informatie zou hebben gedeeld met derden op het moment dat hun cliënten nog in beperkingen zaten.
OM had weinig oog voor positie advocaten

De rechtbank stemt niet in met het verzoek om getuigen te horen over het pv en over de beslissing om het aan het Marengo-dossier toe te voegen. In het licht van het onderzoek naar de vermoede criminele organisatie rond Ridouan T. had het OM een gerechtvaardigd belang om het pv te voegen.

Geen belang

De rechtbank ziet echter niet het belang van het bij naam noemen van de advocaten door justitie. Het was het OM in het pv immers niet om het handelen van de advocaten te doen. Daarom had ook gekozen kunnen worden voor een andere, minder beschadigende wijze van verslaglegging. Het OM heeft naar het voorlopig oordeel van de rechtbank dan ook weinig oog gehad voor de positie van de advocaten. Het OM had zich moeten realiseren dat het risico op voor hen schadelijke berichten in de pers aanwezig was en dat het voor deze advocaten buitengewoon lastig zou zijn zich hiertegen te weren. Dat het OM dit pv heeft opgemaakt met als doel de reputatie van de advocaten te beschadigen, acht de rechtbank echter niet aannemelijk, gezien het hiervoor geschetste legitieme onderzoeksbelang dat de rechtbank op zichzelf bij het opmaken van het pv aanwezig acht. De rechtbank gaat ervan uit dat iedere advocaat zijn beroep uitoefent binnen de voor hem geldende gedragsregels. Dat is niet veranderd door de inhoud van het 26Koper-pv.

De rechtbank wijst er ook op dat de deken van de Orde van Advocaten inmiddels onderzoek gaat doen naar een aantal advocaten uit 26Koper. In dit onderzoek kunnen deze advocaten zich zonder hun plicht tot geheimhouding te schenden, verweren tegen (publicaties over) vermeende overtredingen van de gedragsregels. Dat is de plaats waar dergelijke vragen aan de orde dienen te komen.