OM niet ontvankelijk in Hakkelaar-zaak

OM niet ontvankelijk in Hakkelaar-zaak

Het gerechtshof Amsterdam heeft vandaag het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn strafvervolging tegen Johan Verhoek alias De Hakkelaar (62). Hij werd ervan verdacht dat hij de Belastingdienst onvoldoende inlichtingen had verstrekt over zijn vermogen. Hij is volgens het hof twee keer voor het zelfde feit vervolgd, en dat mag niet.

Gijzeling

Het proces rond de vervolging van Johan Verhoek is ingewikkeld. In de jaren negentig is hij veroordeeld voor grootschalige hasjhandel.

Verhoek moest volgens de Belastingdienst jaren later meer dan een 100 miljoen euro betalen over de jaren 2000 en 2001, dat heeft hij altijd geweigerd. De huidige zaak is ooit begonnen nadat de Belastingdienst een civiele zaak tegen Verhoek had aangespannen om hem te bewegen aan zijn inlichtingenplicht te voldoen, zodat hij uiteindelijk zijn belastingschulden zou voldoen. De Amsterdamse rechtbankpresident bepaalde op 16 maart 2000 in kort geding dat twee dwangbevelen ten uitvoer konden worden gelegd, Verhoek ging toen een jaar lang, tot 16 maart 2001 in gijzeling, de maximale termijn voor lijfsdwang.

Hoge Raad

Op 8 maart 2001 is toen besloten een strafrechtelijk onderzoek in te stellen en daarmee is de onderhavige strafzaak aangevangen. Hij werd vervolgd voor het verzaken van zijn inlichtingenplicht op grond van de Invorderingswet jegens de Belastingdienst over de jaren 2000 en 2001. In 2004 veroordeelde de rechtbank hem hiervoor tot twee jaar cel. Het hof verklaarde in 2009 het OM niet-ontvankelijk en het OM heeft tegen die beslissing cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwees in 2011 de strafzaak terug naar het hof in Amsterdam die vanaf oktober 2015 de zaak behandelde. De advocaat-generaal had in deze zaak een gevangenisstraf van 18 maanden geëist.

Ne bis in idem

Het hof is nu van oordeel de huidige vervolging in strijd is met het beginsel dat niemand tweemaal ter zake van hetzelfde feit mag worden vervolgd en bestraft. En daarom verklaart het hof het Openbaar Ministerie nu niet-ontvankelijk. De kernvraag die aan het hof voorlag was of het mogelijk is naast genoemde civielrechtelijke vrijheidsbeneming ter zake van hetzelfde feit vervolgens een strafvervolging in te zetten. Het gaat hier om het ne bis in idem-beginsel, dat inhoudt dat iemand niet tweemaal kan worden vervolgd en bestraft voor het begaan van hetzelfde feit. Het hof vindt dat in dit geval sprake is van hetzelfde feit. Overigens, net als het gerechtshof eerder ook al vond.

TeevenTeeven_Opportuun

Het gerechtshof komt hierdoor niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de zaak. Advocaat Wout Morra heeft in zijn pleitnota onder meer betoogd dat de vordering van de Belastingdienst absurd hoog zou zijn. Verhoek stelde geen vermogen meer te hebben. Alle verdiensten zijn volgens hem na verliezen weer verloren gegaan. Het OM vond dat niet relevant, omdat het hier zuiver een belastingzaak over de Invorderingswet betrof.

Wout Morra in reactie op het arrest:

Van de 100 redenen om Verhoek niet te veroordelen heeft het hof een goede gekozen.

Eerder wees het hof verzoeken van Morra om getuigen te horen af. Hij wilde onder meer Verhoeks zakenpartner in de hasj – Cees Helman – oproepen en ook oud-staatsecretaris Fred Teeven, met wie Helman een deal sloot.

Zie hierover:

‘Teeven gebruikte de Belastingdienst’ (UPDATE)

Nóg een twijfelachtige deal van Teeven uitgelekt

Verhoek: ‘Helman lokte Teeven met een lulverhaal’