Politie: twee groepen hadden een dodenlijst van bijna 50 mensen

Politie: twee groepen hadden een dodenlijst van bijna 50 mensen

De Amsterdamse recherche vermoedt dat twee criminele organisaties ruim vijf jaar geleden een gezamenlijke dodenlijst van tientallen personen hebben opgesteld. Een reeks van die mensen is inmiddels geliquideerd. Volgens de advocaat van een verdachte uit het Eris-proces is deze door de recherche verzamelde informatie ontlastend voor Jermaine B. (38). Die staat in Eris terecht omdat hij onder de alias “The Wizzard” verschillende moorddrachten zou hebben uitgezet.

Door @Wim van de Pol

Voor de Amsterdamse rechtbank speelt momenteel het proces 13Maracane tegen een groep verdachten die de politie rekent tot één van de partijen in de zogeheten Mocro-oorlog. De verdachten staan terecht voor het voorbereiden van moordaanslagen in de periode 2014 tot 2016. De politie onderscheidt onder de verdachten twee groepen, namelijk die van de Amsterdammer Houssine “Hoes” A. die mogelijk in Marokko verblijft, en een tweede groep. Deze groepen had een conflict met weer een andere groep uit Amsterdam, die van de in 2014 doodgeschoten Gwenette Martha. Een lange rij moorden tussen 2012 en 2016 was het gevolg.

Gezamenlijk e-mailaccount

Advocaat Inez Weski heeft deze week aan de rechtbank in het Eris-proces enkele dossierstukken voorgehouden uit 13Maracane. In die stukken staan processen-verbaal (met onder meer pgp-chats) waarin de recherche concludeert dat kopstukken uit de groep van “Hoes” A. (onder meer de tot levenslang veroordeelde Omar L.) vergaand samenwerkten met een andere groep die werd aangestuurd door twee Amsterdamse broers. De samenwerking beoogde het plegen van liquidaties. Volgens becijfering van de recherche zijn de namen van 48 te liquideren personen genoemd. Er was een gezamenlijk e-mailaccount voor gemaakt en er werden foto’s en notities uitgewisseld.

Jaïr Wessels

In die stukken uit dossier van 13Maracane waar Weski over beschikt valt volgens haar niet te lezen wat de resultaten van politie-onderzoek naar die dodenlijsten zijn geweest. Ook is onduidelijk of de recherche alle verdachten in de twee groepen goed in beeld heeft. Van de personen op de lijst zijn volgens de politie zeven personen geliquideerd, onder wie Inchomar “Ingio” Balentien, Eaneas Lomp en Jaïr Wessels.

Ook de Amsterdammers Jason “Jay Jay” L., Naoufal “Noffel” F. en Riff W. figureerden op de lijst, aldus de politie in 13Maracane.

Voor het Eris-proces is nu van belang dat in dit proces ook de voorbereiding (c.q. uitvoering) van de aanslagen op Jason L., Riff W. en Ichomar Balentien (onder meer) aan Jermaine B. ten laste worden gelegd. Alleen met één verschil: zij zouden hiermee bezig zijn geweest in 2017.

The Wizzard

In stukken die Crimesite uit het Eris-dossier heeft ingezien beschrijft de politie onder meer het volgende gesprek (over een aanslag op “Ingio” Balentien) tussen twee pgp-aliassen, die volgens de politie Delano R. en Jermaine B. (The Wizzard) zouden zijn.

CB1D45: ohhh wil je ingio?
(…)
The Wizzard: ja graag (…) als je hem dit weekend nog of maandag geef ik je 80 snel zonder gezeik!!!

Deze chat is gevoerd in februari 2017.

Weski wijst erop dat de dodenlijsten die in 13Maracane staan beschreven in periode 2014-2015 door de politie zijn aangetroffen. Volgens haar is niet uit te sluiten dat één van die groepen in 2017 hebben geprobeerd Balentien of één van de anderen van het leven te beroven. Weski: ‘ik sluit niet uit dat op dit moment de lijsten nog steeds “geldig” zijn.’

Anderen

Jermaine B. ontkent achter de alias The Wizzard schuil te gaan. Zijn advocaat zegt dat nu blijkt dat heel anderen kennelijk volgens de politie met de voorbereidingen tegen Balentien, Riff W. en Jason L. bezig zijn geweest.

In stukken uit Eris die Crimesite heeft ingezien stelt de recherche echter dat The Wizzard wel degelijk Jermaine B. moet zijn omdat uit de chats, in een bespreking over (Surinaamse) familierelaties, B. zou kunnen worden geïdentificeerd. Advocaat Weski wijst deze identificatie af omdat er nog vele andere namen als familie zouden zijn besproken, die dan in werkelijkheid kennelijk niet familie van B. zijn. Er zijn volgens haar ook aanwijzingen te vinden dat The Wizzard juist niet haar cliënt zou zijn.

Aan de andere kant blijkt ook uit die chats duidelijk dat Gwenette Martha vriend van de twee aliassen was, en ene “Hoessein” hun beider vijand is. In dat verband: de recherche denkt dat er nog een andere groep in het spel was. Dat was een groep van wie The Wizzard opdrachten kreeg, en die via een tussenpersoon, opdrachten aannam van Ridouan Taghi, althans van iemand die in chats door de politie als Taghi wordt aangewezen. The Wizzard zou dan andere Eris-verdachten als Delano R. van Caloh Wagoh MC hebben ingeschakeld. Weski wijst er op, dat het dossier tegen haar cliënt in feite slechts op chats is gebaseerd.

Geen relatie met Eris

Jermaine B. heeft alle beschuldigingen ontkend. Tegen hem zijn geen belastende verklaringen afgelegd. Jason L. heeft als getuige gezegd dat hij geen problemen met B. had. L. heeft ook verklaard te weten dat hij met de dood bedreigd werd.

Het Openbaar Ministerie heeft de afgelopen week gezegd dat het onderzoek 13Maracane handelt over onderzoeksgegevens uit de jaren 2014 en 2015 en dat er dus geen relatie kan zijn met de in onderzoek Eris ten laste gelegde feiten, die in 2017 spelen. De gegevens uit dat onderzoek hebben dan ook geen betrekking op onderzoek Eris, aldus het OM.

Verdeel- en heerspolitiek

Advocaat Weski bestrijdt dat. Volgens haar staat in 13Maracane dat de politie in ieder geval tot in 2016 doende is geweest met onderzoek naar de twee groepen en dat in ieder geval niet blijkt, dat die lijsten van de baan zijn. Weski: ‘in feite zouden de verdachten in dat onderzoek 13Maracane net zo goed zich kunnen afvragen waarom in hun dossier niets staat over het Eris onderzoek van de politie naar de zogenaamde met hun onderzoek overlappende dodenlijsten.’

Weski vraagt nu aan de rechtbank om alle gegevens over de dodenlijsten aan het Eris-dossier toe te voegen. Daarnaast wil ze weten waarom het Openbaar Ministerie dat tot nu toe niet uit zichzelf heeft gedaan. Weski: ‘met dit soort informatie achterhouden uit samenhangende dossiers lijkt het Openbaar Ministerie een soort verdeel- en heerspolitiek te bedrijven.’