Het mysterie van de moord op de fietsenmaker

Het mysterie van de moord op de fietsenmaker

Stak de 39-jarige Irfan E. In de middag van 15 maart 2016 de Amsterdamse fietsenmaker Temel Kobya dood? Of is dat een valse beschuldiging van een junk die op jacht was naar een beloning? Het Openbaar Ministerie heeft 25 jaar cel geëist voor doodslag en beroving.

Door Wim van de Pol

In de buurt rond de  Jan Tooropstraat, net buiten de Ring in Amsterdam-West, kwam de dood van de sympathieke fietsenmaker hard aan. Hij werd rond 12.30 bloedend in zijn werkplaats aangetroffen door zijn zoon.

500 euro

Voor het Openbaar Ministerie is er naast de verklaring van de drugsverslaafde buurman John R. nog meer bewijs. Uit zijn portemonnee was een briefje van 500 euro dat hij in een apart vakje altijd bij zich had verdwenen. Dezelfde dag is 500 euro bijgeschreven op de bankrekening van de broer van E.. In het half jaar daarvoor was er niet eerder zo’n bedrag op zijn rekening gestort, maar er waren wel andere contante stortingen.

Op het lichaam en op de kleding van het slachtoffer zijn dna-sporen aangetroffen, maar dat is geen eenduidig bewijs: het zijn complexe mengprofielen die ook sporen van andere personen kunnen zijn.

Crack

Het cruciale bewijs moet komen van John R., de buurman van E.. De twee gebruikten samen geregeld crack. R. heeft verklaard dat E. op de dag van de steekpartij bij hem op bezoek kwam. Hij had toen bloed op zijn lichaam en op zijn kleding, en verklaarde over de roof bij de fietsenmaker. John R. vertelde zijn verhaal nadat hij door de politie was bevrijd nadat hij was gegijzeld bij een wietplantage in zijn huis. Zijn vriendin had zich gemeld toen hij werd verhoord. Ze zei dat R. kennis had aan een moord.

Daarna sprak de politie hem aan over zijn kennis van enig zwaar misdrijf. R. kwam over de brug maar hij zei bang te zijn voor E.. Na een dreigingsanalyse, waarover verder niks inhoudelijks bekend is, kreeg R. nieuwe woonruimte, 300 euro en twee keer wat beltegoed van de politie.

Alarmbellen

Er zijn problemen met de verklaring van R..

Zo vertelde zijn vriendin aan de politie dat bij haar ‘alarmbellen gingen rinkelen’ toen ze van R. hoorde dat er een beloning van 10.000 was uitgeloofd voor oplossing van de zaak. ‘Meer geld betekent meer drugs’, zei ze. R.’s verslavingsproblematiek was volgens haar dermate ernstig dat ze zei bang te zijn dat R. het bezit van 10.000 euro niet zou overleven. R. zat in de schuldsanering en had daarbuiten ook nog schulden.

R. zegt dat hij pas hoorde van de beloning toen hij al in gesprek was met de politie. Zijn vriendin heeft echter verklaard dat hij van meet af aan al over de beloning sprak. Ook zei R. dat hij uit zichzelf het verhaal aan de politie heeft verteld en dat hij dit nooit aan zijn vriendin had verteld, wat dus kennelijk een leugen was.

Advocaat Yehudi Moszkowicz wijst erop dat twee getuigen zeggen dat het R. waarschijnlijk om de beloning te doen was.

Bloedsporen

Een probleem is ook dat R. vertelde dat E. onder het bloed zat en daarmee bij hem in de stoel ging zitten waar hij altijd zat. Maar in de stoel en bij Ras in huis is geen enkel bloedspoor van Kobya gevonden. Op kleding waar Ras over sprak zijn evenmin sporen van het slachtoffer gevonden. Als er zoveel bloed is geweest dan zouden welhaast sporen moeten zijn gevonden, omdat bloed heel moeilijk voor forensisch onderzoek onzichtbaar te maken is.

Een mes dat door E. volgens Ras ergens in een put is was gegooid is niet gevonden. Het briefje van 500 zei R. te hebben gezien, het was ‘groen’, naar zijn zeggen, terwijl een 500 euro briefje paars is.

1250 euro

Opvallend in het verhaal van R. is dat hij zei in Opsporing Verzocht te hebben gehoord dat er 500 euro was gestolen en dat hij dit niet geloofde omdat E. hem zou hebben verteld dat er 1250 euro in de portemonnee had gezeten, inderdaad het correcte bedrag.

Dit soort informatie moet erop duiden dat er ergens daderkennis in het spel is. Maar Irfan E. zei maandag ter zitting: ‘Maar wat heeft dat te maken met mij?’

Een hand

Dat is inderdaad de cruciale vraag.

Het Openbaar Ministerie denkt dat E. voor de moord meerdere malen de zaak verkend heeft en daarna met een mes op zak doelbewust naar binnen is gegaan. Volgens de officier van justitie is er een man met zijn signalement en/of kleding in de buurt gezien.

E. zegt dat hij in de periode kort voor de dag van de moord twee keer is geweest om een fiets te verkopen en dat hij Kobya vier keer een hand gegeven heeft. Maar familie zegt dat Kobya klanten nooit een hand gaf. Hij was religieus en waste meerdere keren per dag zijn handen, in ieder geval vijf keer voor het bidden. Hoe zou dna van E. bij Kobya kunnen komen? Volgens advocaat Moszkowicz zijn er verschillende scenario’s voor hoe dna van E. bij een eerder bezoek bij de fietsenmaker kan zijn terechtgekomen.

Dossierstukken

Het Openbaar Ministerie hecht ook bewijswaarde aan de verklaring van een voormalig celgenoot van Irfan E. die zegt van E. zelf te hebben gehoord dat die Kobya heeft gedood. Maar: samen met Ras. Ze zouden om beurten hebben gestoken. Het geldbedrag van 1250 euro klopte in die verklaring.

Los van het feit dat E. dossierstukken in zijn cel bewaarde (die dus toegankelijk waren voor de celgenoot) stelt E. dat hij na verloop van tijd ontdekte dat er delen van zijn dossier verdwenen waren nadat de celgenoot was overgeplaatst. Volgens advocaat Yehudi Moszkowicz zou de celgenoot dat misschien wel eens gedaan kunnen hebben. Hij heeft zelfs een stuk uit het dossier aan de politie aangeboden. Hij kon kennis voor zijn verhaal uit het dossier halen.

Beide getuigen zijn belastend voor E.. Maar: ‘Het kan niet allebei waar zijn. Dat betekent dat in elk geval moet worden vastgesteld dat óf Ras óf de celgenoot heeft gelogen’, aldus E.’s advocaat Yehudi Moszkowicz. Of allebei.

De moordenaar

Volgens Moszkowicz blijkt na analyse van de camerabeelden van drie standpunten op de Jan Tooropstraat gecombineerd met de tijdstippen waartussen Kobya vermoord moet zijn dat er één getuige is die de moordenaar moet hebben gezien. Dat is een vrouw.

Zij verklaarde dat ze Kobya buiten op de stoep zag. Vervolgens liep deze naar binnen gevolgd door een man die vlak achter hem liep. Moszkowicz:

Het chronologisch overzicht maakt duidelijk dat zij hoogstwaarschijnlijk degene is geweest die – behoudens de dader – als laatste Kobya in levenden lijve heeft gezien.

Die andere man moet dan dus de moordenaar zijn. Hij was klein met een smal postuur, en had een grote bos met krullend jaar met een slag erin. Hij zag er heel verzorgd uit en droeg een bruin leren jack tot op de heupen. Dat kan niet de forse Irfan E. zijn geweest, aldus Moszkowicz.

E. is overigens door geen enkele camera geregistreerd in het fatale uurtje rondom de moord. Wel een man met een grijze muts. De politie stelt dat dit E. moet zijn geweest, maar daar is volgens Moszkowicz geen enkel bewijs voor. Ook beantwoordt de jas die deze figuur droeg niet aan de beschrijving die E. volgens John R. droeg, en onder het bloed zat.

Irfan E. staat behalve voor de doodslag ook terecht voor een ernstige mishandeling met een hamer. Dat gebeurde tijdens een vechtpartij met anderen. Hij ontkent de dader te zijn.

Hij heeft wel bekend koperdiefstallen te hebben gepleegd.

De eerdere berichten:

Nieuwe getuige in moordzaak fietsenmaker (UPDATE2)

Twijfels over fietsenmaker-moord blijven hangen

‘Getuige moord fietsenmaker achtergehouden’

Irfan E. zou moord op fietsenmaker hebben bekend

Verdachte aangehouden voor dood fietsenmaker