Justitie: kroongetuige hoeft niet over al zijn misdrijven te vertellen (UPDATE6)

Justitie: kroongetuige hoeft niet over al zijn misdrijven te vertellen (UPDATE6)

Moet de kroongetuige Nabil B. ook vragen beantwoorden over cocaïnehandel en schietpartijen waar hij mogelijk bij betrokken was? En over een ernstige bedreiging van zijn eigen vader? De advocaten van de verdachten in het liquidatieproces Marengo vinden van wel. Justitie vindt van niet. 

Door Wim van de Pol

Nabil B. heeft cruciale belastende verklaringen afgelegd over een criminele organisatie die moorden liet plegen. In de zwaarbeveiligde bunker in Amsterdam-Osdorp staan deze week zeventien verdachten terecht voor ten minste vijf liquidaties, en een reeks pogingen en het voorbereidingen van moorden. Het zijn nog pro forma-zittingen. Volgende week is er een zitting in de zaak tegen één van de veronderstelde leiders, Ridouan Taghi. Een andere verdachte, Saïd Razzouki zit in Colombia te wachten op zijn uitlevering. Dat verzoek wordt op dit moment voorbereid, aldus de officier van justitie. Inhoudelijke behandeling in het Marengo-proces volgt niet voor 2021.

Nabil B. volgde de zaak met zijn advocaten via een videoverbinding.

Ander licht

Nabil B. is van begin januari tot 26 februari tien dagen lang gehoord bij de rechter-commissaris. Onderwerp was tot nu toe onder meer het tot stand komen van zijn overeenkomst met justitie. In die overeenkomst is vastgelegd dat B. volledige opening van zaken moet geven. Maar de vraag is: waarover precies.

De officieren van justitie in het Marengo-proces vinden dat die verklaringsplicht beperkt is tot de zaken die in de overeenkomst met de kroongetuige staan beschreven: 12 moorden (of pogingen) en een criminele organisatie die was gericht op uitvoeren van moorden en gebruik maken van corrupte contacten. Daarin staan geen feiten over drugshandel of andere strafbare feiten.

De advocaten van Mohamed R. willen hard maken dat kroongetuige B. zich schuldig heeft gemaakt aan geweldsdelicten en drugshandel die zijn verklaringen in een ander licht zouden stellen.

Vader vermoorden

Afgelopen zomer zei één van de hoofdverdachten, Mohamed R., dat Nabil B. zijn vader wilde vermoorden. Nabil B. ontkende dat toen op de zitting. Daarna heeft Mohamed R. verklaringen afgelegd waarin hij daarover nader vertelt. De vader van B. zou zijn ontvoerd door zijn zoons naar aanleiding van een zakelijk conflict. Het plan was om hem te vermoorden, zei R., maar hij zou uit de auto zijn ontkomen. Ook wilde de kroongetuige in Marokko inbreken in een huis van zijn vader.

Volgens het Openbaar Ministerie heeft onderzoek naar deze bewering een vermelding in de politiesystemen opgeleverd uit februari 2013. Een man is langs de weg uit een auto gezet en opgepikt door een voorbijganger. Dat was de vader van de kroongetuige. Hij zei tegen een getuige dat hij ‘ruzie met zijn zoons’ had en uit de auto was gezet. Maar de bewering van R. over een moordplan en ontvoering vindt volgens justitie verder geen steun in de feiten. De rechter-commissaris wilde er ook geen getuigen over horen.

Maar dat er ruzie was tussen vader en kroongetuige bevestigde die laatste wel. En ook dat hij stiekem het huis in Marokko had betreden en er spullen had meegenomen. Ook heeft de vader op 4 februari 2013 in Utrecht aangifte gedaan van bedreiging door zijn zoons. (tekst gaat verder onder reclame)

Woonwagenkamp

Een andere bewering van Mohamed R. was dat Nabil B. zou hebben verteld aan een derde dat hij in 2010 iemand op een woonwagenkamp zou hebben neergeschoten. Er loopt hiernaar nog onderzoek, aldus het Openbaar Ministerie. Dit feit was wel echt gebeurd. Sterker: de kroongetuige heeft recent toegegeven in 2010 iemand in zijn been te hebben geschoten op een kamp in Utrecht-Overvecht. Vragen erover beantwoorden bij de rechter-commissaris wilde hij niet.

Advocaat Nico Meijering van Mohamed R. zegt uit deels gezwarte delen van de verklaringen van de kroongetuige te kunnen aantonen dat deze zelf veel meer heeft verteld over de schietpartij op het woonwagenkamp. Hij wil dat de rechter-commissaris gaat bekijken of die gezwarte delen toch aan het dossier moeten worden toegevoegd.

Dat Nabil B. in december 2017 vanuit zijn cel opdracht zou hebben gegeven voor een moordaanslag op Mohamed R., zoals deze heeft verteld, acht het Openbaar Ministerie onjuist, omdat onderzoek hiernaar niets heeft opgeleverd. R. raakte daarbij zwaargewond door 28 kogels.

Drugshandel

En dan is er ook de drugshandel, waar Nabil B. zelf globaal over heeft gesproken in zijn kluisverklaringen, bijvoorbeeld dat hij hielp bij het verbergen van een voorraad cocaïne en het uithalen van cocaïne uit een container in Antwerpen. Drugshandel is in ieder geval in sommige gevallen aanleiding geweest voor liquidaties, ook volgens Nabil B..

Mohamed R. heeft daaraan toegevoegd dat de vermoorde broer van Nabil B. – Reduan B. – hier ook bij betrokken was. B. wilde niet antwoorden op de vraag op de vraag of hij zijn broers heeft proberen te betrekken bij uithalen van cocaïne. En ook niet of het waar is dat hij zich ernstig bedreigd voelde toen de uit te halen partij uiteindelijk was zoekgeraakt.

Over geen van deze vier onderwerpen wil Nabil B. vragen beantwoorden.

En de kroongetuige wilde ook geen vragen beantwoorden over twee andere personen dan de nu in beeld zijn de verdachten die hij zegt te hebben benaderd voor de liquidatie van Ranko Scekic op 22 juni 2016 in Utrecht.

Belasten

De advocaten van de verdachten willen dat de kroongetuige hierover nader uitleg geeft. Dat hoeft niet, vindt justitie.

Justitie stelt zich op het standpunt dat Nabil B. wel verklaringsplichtig is, maar alleen over de zaken die in zijn overeenkomt staan beschreven. Een poging tot ontvoering, een schietpartij en zelfs de drugshandel waar hij in zijn verklaringen over vertelde staan er niet in. Advocaat Nico Meijering bracht daar tegenin dat in de overeenkomst staat dat hij moet spreken over alles wat er in zijn kluisverklaringen staat.

Justitie onderstreepte verder nog dat Nabil B. ook verschoningsrecht toekomt over de feiten buiten de overeenkomst, omdat in Nederland niemand zichzelf hoeft te belasten. Dat Nabil B. nu niet wordt vervolgd voor die feiten wil nog niet zeggen dat dit later niet alsnog gebeurt, zie de officier van justitie. Advocaat Meijering zei niet te geloven dat het Openbaar Ministerie hem hiervoor wil vervolgen. Bovendien stelt Meijering dat de kroongetuige een misdrijf pleegt door de vragen niet te beantwoorden.

Toen de kroongetuige de afgelopen weken onder druk werd gezet door de rechter-commissaris om toch vragen te beantwoorden zei hij dit niet te kunnen doen vanwege zijn ‘veiligheid’.