Oproep aan Hoge Raad voor onderzoek naar Openbaar Ministerie

Oproep aan Hoge Raad voor onderzoek naar Openbaar Ministerie

De Vereniging van Cassatieadvocaten in Strafzaken (VCAS) roept de Hoge Raad op om onderzoek te doen naar het observeren van advocaten in Dubai, terwijl zij aan het werk waren, en naar het opvragen van hun vluchtgegevens.

Meest gezochte verdachte

Advocaten Nico Meijering en Leon van Kleef werden geschaduwd door politie toen zij in 2017 naar Dubai afreisden, en op verzoek van de Nederlandse politie lieten de autoriteiten in de Verenigde Arabische Emiraten de twee observeren in Dubai. Het Openbaar Ministerie rechtvaardigde deze actie omdat Ridouan Taghi als ‘meest gezochte verdachte van Nederland’ moest worden aangehouden.

De vereniging van cassatieadvocaten vindt dat ‘dubieus’. Er zijn immers andere gezochte personen die ook levensgevaarlijke moordenaars zouden zijn. Ze wijzen ook op de vier mannen die worden verdacht van betrokkenheid bij de dood van 298 inzittenden van vlucht MH17 boven Oekraïne.

Daarnaast stellen de advocaten: ‘Kennelijk leeft binnen het Openbaar Ministerie de opvatting dat als een verdenking maar ernstig genoeg is, het doel de middelen heiligt. Dat is een misvatting.’

Cliënt

Meijering en Van Kleef werden geobserveerd tijdens overleg met een client. De advocaten stellen dat de handelwijze van de politie een schending is van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het recht van een verdachte op een eerlijk proces wordt immers geweld aangedaan doordat iedereen er moet kunnen vertrouwen dat hij zonder voorbehoud geheel vertrouwelijk kan overleggen met een advocaat.

De Aanwijzing toepassing opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen advocaten en het Wetboek van Strafvordering staan dat ook niet toe, vindt de vereniging. (tekst gaat door na reclame)

Geheim blijven

De advocaten wijzen er verder op dat het hoogste niveau van het Openbaar Ministerie het kennelijk goed vindt dat het schaduwen is gebeurd, en ook dat het geheim moest blijven. Er is daarvan ook geen verslaglegging geweest. De vereniging heeft ‘acute zorg’ hierover:

In deze zaak heeft het volgen van advocaten niet tot het kennelijk gewenste resultaat geleid, maar vragen die zich onmiddellijk opdringen zijn: in hoeveel zaken is bij de opsporing van eenzelfde methode gebruik gemaakt? Wie heeft daartoe besloten/opdracht gegeven? Is het voorgekomen dat de opsporing daardoor inderdaad is gefaciliteerd? Is hier sprake van een patroon?

Zwart gat

Er is sprake van ‘een groot zwart gat’, vindt de vereniging. De observatie kwam bij toeval naar buiten en dat baart ‘grote zorgen’:

Het is ook niet het eerste optreden van het Openbaar Ministerie waarbij de grenzen van het toelaatbare worden overschreden. De affaires Poch en Van Laarhoven zijn nog vers in ons geheugen, evenals de aanleiding tot het rapport van de Commissie Fokkens.

Minister van Justitie Ferd Grapperhaus wil een verscherpt toezicht op het Openbaar Ministerie, een aanbeveling van de Commissie Fokkens (pdf), die onderzoek deed naar handelen van twee hoofdofficieren die met elkaar een liefdesrelatie hadden.

De vereniging doet daarom een oproep aan de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, toezichthouder in de Wet op de Rechterlijke Organisatie, om over te gaan tot een onderzoek om te beoordelen of het Openbaar Ministerie bij de uitoefening van zijn taak de wettelijke voorschriften naar behoren heeft uitgevoerd, in strafrechtelijke onderzoeken als 26Marengo naar Ridouan Taghi.

Zie ook:

Advocaten dreigend: ‘zo kan het niet verder’

Wie legt de grens voor de opsporing in een rechtsstaat? (COLUMN)