Plofkrakers wijken verder uit en gebruiken steeds zwaardere explosieven

Plofkrakers wijken verder uit en gebruiken steeds zwaardere explosieven

Nederlandse plofkrakers wijken steeds vaker uit naar geldautomaten ver over de grens. Naast Duitse deelstaten schromen criminelen niet om honderden kilometers te rijden om bijvoorbeeld in Luxemburg of een Alpenland bankautomaten op te blazen. Dat zegt Marc Wösten, expert bij het landelijk forensisch coördinatieteam ram- en plofkraken van de politie, tegen Reformatorisch Dagblad.

Criminele organisaties die plofkraken plegen komen vaak uit de regio Amsterdam en Utrecht. Opvallend is dat Nederlanders in hoogstwaarschijnlijk alle 180 plofkraken die in 2020 in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen gepleegd werden, de hand hadden.

Eigen wetgeving

Volgens Wösten hoort Nederland tot de Europese landen die de beveiliging van pinautomaten het best op orde hebben. Dat komt volgens hem mede dankzij de samenwerking tussen betrokken partners, zoals politie en banken. ‘In bijvoorbeeld Duitsland zijn pinautomaten vaak nog makkelijk te kraken, als waren het koekblikjes. Landelijk beleid komt daar moeilijker van de grond dan in Nederland. Duitse deelstaten hebben hun eigen wetgeving.’

Bommen van 2 kilo

De politie is bezorgd over de steeds zwaardere explosieven die plofkrakers gebruiken, ook in Nederland. ‘Banken beveiligen pinautomaten steeds beter’, zegt Wösten. ‘Daarom maken misdadigers zwaardere explosieven. Het is een kat-en-muisspel tussen politie en criminelen.’

Wogen explosieven enkele jaren geleden maximaal 1 kilo, tegenwoordig zijn bommen van ruim 2 kilo, ter grootte van bijna een stoeptegel, geen uitzondering meer. ‘Zo’n explosief kan kluizen compleet vernietigen. Brokstukken liggen soms op bijna 200 meter afstand van een opgeblazen pinautomaat.’

Ook laten plofkrakers soms tijdens een kraak twee keer een explosief ontploffen. Eén exemplaar verschaft dan toegang tot bijvoorbeeld de kluisruimte, het andere explosief blaast de geldautomaat op. Dat gebeurde in november vorig jaar bij een plofkraak in Hilversum, waar twee explosieven grote schade veroorzaakten in een winkelcentrum.

Babykamer

Buurtbewoners en passanten worden niet ontzien en de plofkrakers zorgen soms voor levensgevaarlijke situaties. Marc Wösten: ‘Bij een plofkraak in Amsterdam vlogen tot schrik van ouders stukken metaal door een babykamer. Gelukkig bleven de bewoners toen ongedeerd. Bij een andere plofkraak sloegen scherven voorbijgangers in het gezicht.’

Handgranaten

De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) is de laatste jaren ook steeds drukker met het vinden of ontmantelen van explosieven die criminelen inzetten bij plofkraken. Daarnaast moet de EOD ook steeds vaker uitrukken voor handgranaten aan of voor deuren die als dreigmiddel worden ingezet.

Kwam de EOD in 2019 nog 216 keer in actie bij door criminelen ingezette explosieven, vorig jaar steeg dit aantal meldingen naar 237. In slechts zo’n 3 procent van die meldingen gaat het tegenwoordig om nepbommen of vals alarm.

Zelfgemaakte explosieven

De EOD en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zeggen zich zorgen te maken over zelf in elkaar geknutselde explosieven. De afgelopen jaren werd ongeveer driekwart van de explosieven door criminelen zelf gefabriceerd. Ze gebruiken daarvoor kunstmest, flitspoeder (wordt in vuurwerk gebruikt) en de springstof TATP.