Advocaat Taghi: ‘Openbaar Ministerie verstrikt in een draaikolk aan cirkelredeneringen’

Advocaat Taghi: ‘Openbaar Ministerie verstrikt in een draaikolk aan cirkelredeneringen’

Na de grote media-aandacht bij het oplezen van de strafeisen tegen Ridouan Taghi en andere hoofdverdachten in het liquidatieproces Marengo is er maar weinig aandacht voor de wekenlang aanhoudende pleidooien van de advocaten van de 17 verdachten. Inez Weski, advocaat van Ridouan Taghi en twee medeverdachten, was in september en de dagen voor Kerstmis aan het woord en voltooit haar pleidooi begin februari.

Door @Wim van de Pol

De eis tegen Taghi en tegen vier anderen is levenslang. Bij het pleidooi in de zaak van Taghi was er hooguit een enkele journalist in de beveiligde rechtbank in Amsterdam  aanwezig, de interesse voor het verhaal van de verdediging was kennelijk minimaal. Weski: ‘De zaak tegen mijn cliënt is inmiddels verworden tot een schoolvoorbeeld van publieke berechting. In Nederland en wijde omgeving is het oordeel al lang geveld. Voor het gemak wordt cliënt publiekelijk ook schuldig geacht aan zaken waarvan hij niet eens verdacht wordt.’

Weski doelt bij dat laatste waarschijnlijk op de moorden op Peter R. de Vries, advocaat Derk Wiersum en de broer van kroongetuige Nabil B..

Schuldig

Of er in Nederland veel mensen zijn die niet allang de conclusie hebben getrokken dat Taghi een moordenaar is valt te betwijfelen. Nu rest nog de vraag wat de rechtbank ervan vindt. En de vraag of hij schuldig moet worden geacht aan alle hem ten laste gelegde feiten.

In opdracht van Taghi zijn van 2015 tot en met 2017 zes mensen om het leven gebracht, zo is de beschuldiging van de officieren van justitie. Het gaat onder meer om de moord op een medewerker van een spyshop en die op misdaadblogger Martin Kok. En verder zouden Taghi en zijn criminele organisatie ook nog een aantal mislukte pogingen hebben gedaan om liquidaties te (laten) plegen.

Encryptiediensten

Taghi werd in 2019 aangehouden in Dubai en zijn advocaat stelde dat Taghi vanuit Dubai ‘in strijd met allerlei wetten en verdragen naar Nederland is ontvoerd’. Vast staat dat de veiligheidsdienst AIVD daarbij een verder niet opgehelderde rol heeft gespeeld.

Het bewijs bevindt zich volgens het Openbaar Ministerie met name in tientallen berichten van encryptiediensten die Taghi zou hebben verstuurd. De verklaringen van kroongetuige Nabil B., die naar eigen zeggen meehielp moorden uit te voeren, sluiten volgens de officieren naadloos aan op de berichten met moorddadige taal.

Weski vindt de inzet van de kroongetuige onrechtmatig. Weski: ‘De kroongetuige is meer dan de wettelijk toegestane 50% strafvermindering toegezegd. Uit zijn iPhone-berichten bleek dat hij dacht dat hij zoveel mogelijk zaken aan het Openbaar Ministerie moest leveren, zodat hij meer geld en gunsten dan andere kroongetuigen zou krijgen. In zijn iPhone-berichten illustreerde hij dat dan met icoontjes van zakken met dollartekens.’

Verworpen

In eerdere lopende en al afgesloten strafprocessen hebben advocaten al betoogd dat de verkrijging van de berichten van Ennetcom, PGPSafe, EncroChat en Sky ECC onrechtmatig is verlopen en het bewijs niet te toetsen en daarmee onbetrouwbaar zou zijn. Bovendien zijn het steeds slechts fragmenten, onvolledige delen, of één kant van gesprekken, terwijl de rechtbank nooit alle beschikbare berichten kan doorzoeken om de context te zien, omdat justitie die niet ter beschikking stelt.

Weski herhaalde in de zaak van haar cliënt Taghi trouw alle standpunten. De Italiaanse Hoge Raad verwierp dit jaar toepassing van bewijs van Sky ECC in een zaak. In Frankrijk deed de Hoge Raad dat in een zaak met EncroChat.

Over het standpunt van de rechtbank in Marengo hierover zal Weski niet al te optimistisch zijn. In voorgaande Nederlandse strafzaken waren de argumenten tegen dovemansoren gericht, en werden tientallen verdachten veroordeeld op grond van het pgp-bewijs.

In hoger beroep en bij het Europese Hof zullen de argumenten van de advocaten hierover de komende jaren finaal worden afgewogen. De Nederlandse Hoge Raad beantwoordt er volgend jaar vragen over. Hogere rechters zullen bepalen hoe de politie in de toekomst nu precies wel en niet mag omgaan met de privacy en communicatie van burgers als er ernstige zaken moeten worden opgelost. Weski meent dat het ‘reëel te verwachten is’ dat het Europese Hof het gebruik van ‘dit soort bulkdata’ af zal straffen gezien eerdere uitspraken.

Puntjes

In de zaak Taghi is het vooral de vraag in hoeverre Weski inhoudelijk voor haar cliënt nog punten kan scoren. Zij stelt dat de bewijsvoering rond de kroongetuigen en de pgp-berichten juist lang niet waterdicht is. Weski: ‘Het Openbaar Ministerie is in een draaikolk aan cirkelredeneringen verstrikt geraakt.’

Als de pgp-berichten belangrijk bewijs zijn dan moet de rechtbank ervan overtuigd zijn dat het inderdaad Taghi was die de belastende berichten heeft verstuurd. Daar valt nog wel wat over te zeggen. Taghi is immers niet – zoals in andere zaken wel het geval was – door de politie geobserveerd of door getuigen of technisch bewijs op een bepaalde tijd aan bepaalde locaties te koppelen. In de liquidatiezaak 13Maracane sprak de rechtbank recent een verdachte vrij omdat hij niet zonder twijfel te koppelen was aan een serie belastende pgp-berichten.

‘My’

De identificatie van Taghi moet gebeuren door inhoudelijke analyse van de berichten te koppelen aan bijvoorbeeld familierelaties, en door zaken als schrijfstijl. Was Taghi nu de enige mens die vaak de aanhef ‘sir’ gebruikte? En was hij de enige die in plaats van ‘mij’ consequent ‘my’ schreef? Volgens Weski is die stelling bewijsbaar onzin.

Aan de rechtbank de zaak om de ingewikkelde puzzel over de identificatie van Taghi te voltooien. Het gaat er steeds om voor iedere moord te bewijzen dat de achter de adressen die bepaalde chats verstuurden Taghi schuilging.

‘Die vlinderscrime’

Weski zegt dat ook de inhoud van de door het Openbaar Ministerie belastend geachte berichten niet bewijzen dat de zender moordopdrachten gaf.

Voor de moord op Martin Kok is er volgens haar gewoon te weinig bewijs. Er zijn zinsnedes in de berichten over Kok die de recherche aan Taghi toeschrijft: ‘Die vlinderscrime’, ‘met ze fotos’ moet ‘gaan’, hij moet ‘slapen’. Uit de berichten spreekt volgens Weski hooguit ‘een sterke onvrede’ over Kok, maar geen opdracht voor een liquidatie.

De kroongetuige weet over de moord op Kok niets uit eigen wetenschap te vertellen. Hij ‘speculeert’, aldus Weski of ‘geeft zijn visie’. En een beschuldiging uit een verklaring van een medeverdachte die in Marokko zou zijn afgelegd is volgens Weski onvoldoende. De verklaring kan bovendien door marteling zijn verkregen en de verdachte kon er niet over worden verhoord. Er is slechts een proces-veerbaal van bevindingen door Nederlandse rechercheurs.

Ronald Bakker

Ook over de moord op spyshop-medewerker Ronald Bakker heeft de kroongetuige Nabil B. niets uit eigen wetenschap verklaard. Hij was er ook niet van op de hoogte dat de moord op Bakker zou gaan plaatsvinden. Weski zegt dat de identificatie van Taghi als de verzender van belastende pgp-berichten over de moord niet bewezen is. En als de rechtbank daar wel van uit zou gaan dan volgt uit de inhoud van die berichten volgens haar ‘onvoldoende concreet bewijs’ voor betrokkenheid van de gebruikers van die adressen voor medeplegen van de moord.

‘Niet bestaande lounge’

Kroongetuige Nabil B. bleef er uiteindelijk bij dat hij Taghi enkele keren in het voorbijgaan in de horeca heeft ontmoet. Maar over wanneer dat precies was heeft hij zeer tegenstrijdig verklaard. Eerst zei hij Taghi voor het laatst in 2010 te hebben gezien, later leek hij dat op rekken naar 2012. De eerste versies van zijn verhaal hadden volgens Weski ‘kennelijk als doel om de indruk te wekken’ dat hij Taghi zou kennen. Hij sprak eerst zelfs van bijna dagelijkse ontmoetingen ‘in een niet bestaande lounge’, aldus Weski. Over het contact tussen Taghi en de kroongetuige zit in het dossier verder geen bewijs. Weski wees in haar pleidooi een met bewijsstukken door de verdediging opgestelde tijdlijn, dat Taghi vanaf 2012 niet in Nederland was en slechts korte periodes. Volgens haar kan van maanden in Nederland met zelfs dagelijkse ontmoetingen geen sprake zijn geweest.

Nabil B. zegt van anderen, zoals de medeverdachte broers Razzouki, te hebben gehoord over de moordopdrachten van Taghi. Hij ontving zelf niet rechtstreeks pgp-berichten van adressen die aan Taghi worden toegeschreven.

Weski stelt dat de kroongetuige over de moordzaken geen eigen wetenschap heeft, en ‘achteraf’ speculaties is gaan opstellen. Zoals bijvoorbeeld over de moord op Rank Scekic in 2016. Wat betreft die moord zegt de kroongetuige over Taghi: ‘de naam kwam boven’.

Angel of Death

De kroongetuige zegt dat Saïd Razzouki van Taghi de opdrachten kreeg maar van de Razzouki’s de naam Taghi nooit te hebben gehoord. Hij had alleen bijnamen van verzenders van pgp-berichten gezien, zoals Angel of Death, en daaruit zijn conclusie getrokken omdat hij zei te weten dat dit Taghi was.

Volgens Weski is er in deze zaak geen ander materiaal dat de beweringen van de kroongetuige ondersteunt. Ook niet in de pgp-berichten, aldus Weski. Ook niet als de adressen die belastende berichten in deze zaak versturen aan Taghi zouden toebehoren. De enkele berichten die justitie aandraagt zijn vaag en er blijkt zeker geen concrete opdracht uit. Weski: ‘Er is geen pgp-materiaal dat cliënt enige rol toebedeeld bij de moord op Scekic.’

Vrijspraak

Zo is het in ieder van de zes liquidaties en de zaken over voorbereidingshandelingen opnieuw een gecompliceerde puzzel om uit alle berichten en stukjes verklaring van de kroongetuige het mogelijk doorslaggevend bewijs tegen Taghi te analyseren en af te wegen. Daar zal de rechtbank vele weken mee doende zijn.

Weski eist in ieder geval in alle zaken vrijspraak.

Wat betreft de moorddadige criminele organisatie die Taghi zou hebben geleid en waarvan de leden nu terechtstaan wees Weski erop dat die organisatie volgens de kroongetuige eigenlijk niet bestond. Nabil B. zei: ‘Soms had je een gezamenlijk collectief en soms ook niet. Dat lag maar net aan de verhaallijn waar je mee bezig was.’ B. kende veel van de medeverdachten bovendien niet eens, zei Weski.

Zowel het Openbaar Ministerie als Nabil B. stelden dat de criminele organisatie zich vooral met drugshandel bezigheid. ‘Onze dagelijkse bezigheden waren – nogmaals – geen moorden’, zei Nabil B..