Taghi-proces: rolt ons recht de goede kant uit? (COLUMN)

Taghi-proces: rolt ons recht de goede kant uit? (COLUMN)

Woensdag is er in de rechtbankbunker in Amsterdam-Osdorp een nieuwe zitting in het liquidatieproces Marengo tegen Ridouan Taghi en medeverdachten. Door de verdenking over een te plannen gewelddadige uitbraak van Taghi is een advocaat en neef van Ridouan aangehouden. Marengo kan beter het Taghi-proces worden genoemd. De druk op het proces is weer groter geworden. 

Door @Wim van de Pol

De verdenking tegen Ridouan Taghi (43) is andermaal verergerd. Taghi staat al terecht in het proces over vijf moorden, verschillende pogingen tot moord en het leiden van een criminele moordorganisatie. Buiten het proces zijn er verdenkingen over andere moorden, die hem niet ten laste zijn gelegd, maar die hem wel openlijk door mensen van het Openbaar Ministerie (en in de media) mede worden verweten. Bijvoorbeeld een handvol moorden in het Eris-proces, de moord op de broer van kroongetuige Nabil B., die op de advocaat van B. en de liquidatie van Peter R. de Vries.

Larger than life

De rechtbank die Taghi aan het berechten is heeft veel meer dan de vijf moorden uit Marengo op haar bordje. De rechters zullen de druk van buiten de rechtszaal nooit helemaal (of helemaal niet?) kunnen weerstaan. Van een normaal strafproces is in Marengo geen sprake meer.

De figuur Ridouan Taghi is larger than life geworden. Marengo is een veelomvattender dossier dan normaal in het Nederlandse strafrecht op tafel ligt. Een grotere zaak dan een strafkamer met drie rechters kan behappen.

Normaal rechtgesproken?

Toch moet het rechtssysteem hooghouden dat er in Amsterdam-Osdorp normaal rechtgesproken kan worden. Dat schuurt zo nu en dan.

Naast een vloed aan pgp-chats ligt er in Marengo als bewijs de uitgebreide verklaring van kroongetuige Nabil B., die zelf naar eigen zeggen verschillende moorden hielp uitvoeren. Hij schetst een beeld van de criminele organisatie van Taghi. B.’s relaas is daarom heel belangrijk bewijs. Of zijn beeld juist is moet de rechtbank nu onderzoeken.

Hoe zwaarder de verdenking tegen Taghi, hoe sterker de positie van Nabil B.. Net zoals dat (de inmiddels onvindbare) kroongetuige Peter la Serpe met zijn “Holleeder-weglatingen” zijn onderhandelingspositie maximeerde blijkt Nabil B. bezig te zijn geweest van het Openbaar Ministerie zoveel mogelijk geld en gunsten af te troggelen. Hij zegt het zelf, in de appjes die hij met zijn geheime iPhone aan familie en zijn vriendin verstuurde.

Zoveel mogelijk geld, voor zoveel mogelijk ‘liqui’s’.

Vuurwerk afsteken

Inmiddels weten we dat de kroongetuige al enige malen over de schreef ging. Zo loog hij over het voorhanden hebben van telefoons, en pleegde daarmee twee keer meineed. Hij weigerde recent een vraag te beantwoorden of hij – in april van dit jaar – nog steeds met een verboden telefoon vanuit detentie contact kon hebben met de buitenwereld. De rechtbank liet het maar zo.

Ook is duidelijk dat de kroongetuige samen met medegedetineerden met oudjaar 2018 vuurwerk kon afsteken, hij kon een weekendje weg met vrouw en kind, en beschikte over drank. Verder probeerde hij kennelijk (tot aan de directie toe) personeel van zijn inrichting te chanteren en te manipuleren. Zijn twee advocaten (waarvan de vermoorde Derk Wiersum er één was) zag hij – afgaande op zijn appjes – als uitwisselbare werktuigen in een machtspel. Hij gaf opdracht om één van hen cash geld de inrichting in te laten smokkelen, een absolute no go voor een advocaat.

Pgp-chats lezen

De beschrijving door de kroongetuige van de criminele organisatie van Ridouan Taghi is het cement waarmee in het Marengo-proces door het Openbaar Ministerie belastende pgp-chats van de verdachten met een criminele organisatie in verband worden gebracht. De verklaringen van B. zijn van groot belang. Ze moeten dus goed worden getoetst.

Heel opmerkelijk is dat de kroongetuige in de appjes aan zijn vriendin schrijft dat rechercheurs hem in 2017, dus voordat hij zijn deal met het OM sloot, pgp-chats van de Ennetcom-server te lezen hebben gegeven. In recente verhoren heeft B. bevestigd dat hem pgp-chats zijn getoond die van medeverdachten zouden zijn.

Nabil B., de man die cruciaal bewijs levert, kreeg voor zijn relaas dus als bron ook informatie uit ander cruciaal bewijs. Conclusie: B. vertelt niet alleen uit eigen wetenschap.

Toegang tot internet

Inmiddels is ook duidelijk dat B. (in geval in 2017) toegang had tot internet. Ook liet hij – naar eigen zeggen – de communicatie met zijn geheime iPhone vooral verlopen via chats op Signal, Wickr en Facebook. Justitie heeft laten weten dat deze chats niet bewaard zijn gebleven. Wat aan B. daarmee werd bericht van buiten, weet niemand. De kroongetuige kon maandenlang met informatie van buiten aan zijn verklaringen werken. Let wel: voordat hij zijn deal met justitie sloot, de dag na kerst 2017.

Weet de kroongetuige alles uit eigen wetenschap? In hoeverre kon hij met alle informatie die hem ter beschikking stond zijn verklaringen beter inhoud geven? Dat is een kwestie die de rechtbank moet inschatten.

Vuur aan de schenen?

Het lijkt er niet erg op dat de rechtbank van plan is de kroongetuige hierover (of over het voorhanden hebben van een telefoon in april) het vuur aan de schenen te leggen. De rechtbank besloot vorige week dat door het Openbaar Ministerie achtergehouden chats op de iPhone niet ter beschikking hoeven te komen van de advocaten. Ook afbeeldingen en video’s die zijn achtergehouden krijgen zij niet te zien: ruim 15.000 plaatjes en video’s blijven onbekend. Aan de meineed van de kroongetuige (over zijn telefoons) maken Openbaar Ministerie en rechtbank geen woorden vuil.

Kleine boef

Nederland is geconfronteerd met ongekend geweld, onder meer tegen een journalist en een advocaat. Tegen Taghi loopt een proces met loodzware verdenkingen en beklemmende media-aandacht. De top van het Openbaar Ministerie is ertoe gebracht ook buiten de rechtszaal in de massamedia beschuldigingen tegen Taghi te uiten.

De zelfverklaarde moordenaar Nabil B. is in dit alles een sleutelfiguur geworden. Met klein kwaad kan het grote kwaad worden bestreden, zo is nu de filosofie in de Nederlandse rechtspraak. Is dat zo?

Buiten de regels

In de publieke beeldvorming gaat de kruistocht tegen Taghi erin als God’s woord in een ouderling. Taghi is het Kwaad. Hij is zodanig slecht dat er in de bestrijding van zijn kwaad “natuurlijk” veel geoorloofd is. Er is nu eenmaal de overtuiging dat Taghi schuldig is.

Of er rond zijn arrestatie in Dubai conform de wet is gehandeld, maakt niet uit. Of Taghi bij zijn arrestatie mishandeld is, of door Nederlanders nu nog steeds de juiste medische zorg wordt onthouden, geeft niet. Of het bewijs van de kroongetuige uitentreuren wordt getoetst: hoeft toch niet?

Zo rolt ons strafrecht op dit moment.

Of dat recht, en uiteindelijk de Nederlandse samenleving, vooruit wordt geholpen als in de strijd tegen het Kwaad buiten de regels mag worden geschreven, valt te betwijfelen.